
De grote verscheidenheid aan landschappen maakt Fryslân tot een unieke provincie: zand, veen, klei, Waddengebied, hebben allen uitgesproken eigen kwaliteiten en biotopen. Eeuwenlang heeft het landschap Fryslân van een economische basis voorzien. In de kleigebieden werd landbouw bedreven, in de veengebieden brandstof gewonnen en langs de kusten werd gevist. Vandaag de dag staat onze provincie bekend om haar agrarische sector en wordt zij geprezen vanwege de hoeveelheid rust, ruimte en de mogelijkheden voor de watersport. De druk op de ruimte is echter groot. Het blauwgroene hart van de provincie dient behouden te blijven. Aanleg van wegen, uitbreiding van steden en dorpen en schaalvergroting van de landbouw zorgen ervoor dat het landschap onomkeerbaar van karakter verandert.
Het landschap vertegenwoordigt voor zijn inwoners een grote emotionele en economische waarde. GrienLinks kiest daarom voor economische ontwikkeling die het landschap ontziet en wil extra investeren in de kwaliteit er van. Hierdoor ontstaat niet alleen een ecologische meerwaarde, maar krijgt recreatie en toerisme, de sector van de toekomst, een belangrijke impuls. Bovendien versterkt een mooi en herkenbaar landschap de aantrekkingskracht van Fryslân als woonprovincie. Dat heeft positieve gevolgen voor de woningmarkt.
Verspilling van de ruimte wordt voorkomen door goede afspraken tussen gemeentes en de provincie. Niet elke kern heeft haar eigen bedrijventerrein nodig. Waar ingrepen in het landschap toch aan de orde zijn, is een hoogwaardige invulling van de ruimte essentieel. Bij nieuwe ontwikkelingen buiten de bebouwde kom, vormt een streekeigen inpassing in het landschap een voorwaarde voor provinciale medewerking.
Voor projecten om landschapselementen (zoals boomwallen en singels, pingo’s, wielen, dobben en oude dijkjes) terug te brengen worden extra financiële middelen uitgetrokken. De beleving van het landschap wordt versterkt doordat cultuurhistorische paden als wandelroute in ere hersteld worden.