
Om in te spelen op toenemende recreatiedruk en klimaatverandering, zijn robuuste natuurgebieden nodig waarin voldoende leefruimte is voor flora en fauna. Daarom pleit GrienLinks ervoor de Ecologische Hoofd Structuur (EHS) zonder vertraging aan te leggen. Als dat noodzakelijk is, kan hier extra geld voor worden uitgetrokken. In agrarische gebieden die deel uit maken van ecologische verbindingen buiten de EHS, moet met voorrang worden ingezet op agrarisch natuurbeheer.
Landschapsbeheer, inclusief de stimulerende maatregelen op het terrein van de weidevogels, vraagt om blijvende steun van de provincie. Gebiedsbeheerders en agrarische ondernemers moeten ook na het afbouwen van de Europese subsidies kunnen blijven rekenen op financiële ondersteuning. In en rondom Natura 2000-gebieden is alleen zeer extensief economisch gebruik wenselijk, zoals toerisme waarin de natuur centraal staat. Bestaande activiteiten rondom deze gebieden worden verder verduurzaamd.
De gevolgen van boringen op de Waddenzee zijn niet te voorspellen en te beheersen en moeten daarom worden uitgesloten. Dat geldt ook voor zoutwinning, op het land en onder de zee.
Voor natuurgebieden waarvoor geen beheersregime geldt, is eenduidig provinciaal beleid noodzakelijk. Dit moet meegenomen worden in een Provinciaal Omgevings Plan (POP).
Professionele terreinbeherende organisaties (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en It Fryske Gea) spelen een belangrijke rol in het natuurbeheer door het beheren van hun eigen terreinen én door het beschikbaar stellen van hun expertise. Afstemming tussen deze instanties en andere partijen moet door de provincie worden bevorderd. Gebieden met een natuurbestemming (zonder evident economisch gebruik) dienen te worden beheerd door genoemde professionele organisaties.