
GrienLinks kiest voor een meer natuurlijk evenwicht in de landbouwsector. Wij steken in op een op duurzaamheid gebaseerde voedseltechnologie die, waarbij onze kennis op het gebied van zuivel- en veeteelt wereldwijd toegepast kan worden. Nader onderzoek naar emissiearme stallen, energieopwekking, dierenwelzijn en bioraffinage (toepassing van natuurlijke grondstoffen) moet worden gestimuleerd. Investering in de ontwikkeling van de landbouwcampus Nij Bosma Zathe bij Leeuwarden, wordt daarom van harte ondersteund.
De biologische landbouw vormt een speerpunt. Biologisch boeren voorziet ons van gezonder voedsel, is meer arbeidsintensief (werkgelegenheid) en zorgt ervoor dat de boerensector weer zijn plek in de maatschappij kan veroveren. De benodigde kennis voor biologische landbouw moet beter worden ontsloten, vooral nu de afzetmarkt voor biologische producten groeit. De toekomstige landbouwcampus en bestaande kennisinstellingen zijn hiervoor uitermate geschikt. Wij zetten in op 15% biologische bedrijven in 2015.
Naast biologische landbouw zet GrienLinks zich in voor de verduurzaming van de gangbare landbouw en is zij tevens voorstander van de herintroductie van meer gemengde landbouwbedrijven. Op deze bedrijven kan de mestkringloop worden gesloten en kan het vee van (zeer) lokaal veevoer worden voorzien. Waarom zouden we dieren, voer, mest en voedsel over lange afstanden blijven vervoeren? Innovatieve bedrijven die plannen hebben voor een duurzame of meer geïntegreerde (gemengde) bedrijfsvoering, verdienen het om financieel te worden ondersteund.
De ontwikkeling van een biogasringleiding tussen Dokkum en Stiens geeft agrariërs in die regio een breder economisch perspectief. GrienLinks ziet het als een provinciale taak om dit soort bovenregionale infrastructuur in de provincie verder te ontwikkelen.
Aangezien genetisch gemanipuleerde productie leidt tot resistentie tegen ziekten en uiteindelijk tot onbeheersbare situaties, is GrienLinks hier tegenstander van. Ook monoculturen zijn onwenselijk, omdat dit de vruchtbaarheid van de bodem uitput en de verspreiding van ziektes in de hand werkt.
Weet wat je eet
GrienLinks ziet mogelijkheden voor de afzet van streekgebonden producten. Daarbij wordt onder andere gedacht wordt aan coöperatieve verbanden, waarbij mensen uit de omgeving een deel van de producten rechtstreeks bij de boer afnemen. Wij zijn ervan overtuigd dat mensen meer zullen gaan betalen voor producten waarvan zij de afkomst kennen. Dit levert uiteindelijk een meerwaarde op voor de boeren, door een hogere omzet, en ook voor de klant, doordat producten voor hen gaan ‘leven’. Daarnaast zal het zichtbaar maken van het productieproces, een meer biologische productiewijze in de hand werken.
Een nieuw verdienmodel
Het oprichten van een tweede (niet-agrarische) tak geeft een bredere economische basis aan het platteland en schept mogelijkheden voor het met plezier beleven van het landschap en het boerenleven. Daarom moet het welbekende ‘kamperen bij de boer’ worden gestimuleerd. Er kan echter ook worden gedacht aan productiegebonden detailhandel (kaaswinkel of verkoop van ambachtelijk ijs) of openstelling van agrarische gronden (wandelpaden).
Dialoog
GrienLinks ziet het daarnaast als een provinciale taak om een meer structurele dialoog tussen landbouw- en natuurorganisaties te ontwikkelen. Het doel daarvan is het ontwikkelen van een gezamenlijke visie ten aanzien van kwesties als weidevogelbeheer, peilbeheer, de problematiek rondom Natura 2000-gebieden en schaalvergroting in de landbouw.