2.5 Gebiedsgebonden perspectief

Samenvattend zien we voor Fryslân het volgende scenario:

In het Noordelijk kleigebied blijft akkerbouw de hoofdmoot. Er mogen geen monotone plantages van snijmaïs en olifantsgras verschijnen. Deze teelten zijn schadelijk voor het milieu (vermesting), zijn landschappelijk ongewenst en verstoren de mogelijkheden voor beheer van weidevogels.

Het veenweidegebied in het lage midden van onze provincie is de meest kwetsbare regio; hier zullen agrarisch medebeheer en waterberging een grotere rol gaan spelen.

De zandgronden in het oosten en zuidoosten zullen een rijke schakering aan kleinschalige en meer streekgebonden bedrijven te zien geven en hier zal ook de recreatieve sector kunnen opbloeien. Op de zandgronden is overschakeling naar gemengde bedrijven met wisselteelt veelbelovend. Voor deze bedrijven is het ook makkelijker om over te stappen op biologische landbouw.

De Greidhoek zal vooral veeteeltgebied blijven. Stimuleren van de biologische veehouderij en het ondersteunen van diervriendelijke productie behoort hier tot de prioriteiten.