
Deze bedrijfstakken zijn voor Friese ondernemers belangrijke bronnen van inkomsten. Uitbreiding van waterrecreatie en verblijfsrecreatie, vooral ook als invulling van de 2e tak van agrariërs ligt voor de hand.
Ook de paardenhouderij is een reële economische factor geworden, die een gemengde functie met toerisme goed toelaat. Daarnaast bieden erfgoededucatie en erfgoedtoerisme kansen om recreatie en toerisme een impuls te geven.
Fryslân heeft een onvoorstelbaar rijk en gevarieerd verleden, dat nog overduidelijk aanwezig is in stad, dorp en de inrichting van het landschap. Gekoppeld aan rust en ruimte en een goede bereikbaarheid vormt dat een sterke economische factor.
De toekomst van recreatie en toerisme zal voor GrienLinks niet afhangen van grootschalige pretparken. We kiezen meer voor een thematische en regionale aanpak.
Op betrekkelijk korte afstand van elkaar zien we een grote verscheidenheid aan landschappen: de Bouwhoek, de Greiden, het Lage Midden en de Wouden en natuurlijk de Waddeneilanden en de IJsselmeerkust.
Afgelopen jaren is er veel geïnvesteerd in het Friese meren. Dit traject is nog niet afgerond en ook de financiering is nog niet op orde. Hoewel GrienLinks mogelijkheden ziet op het gebied van watertoerisme, ligt er een flinke opgave. Dit kan niet alleen door de provincie worden opgehoest. Bovendien staat de co-financiering door bijvoorbeeld gemeenten, onder druk. Gezien dit alles is het voor GrienLinks niet vanzelfsprekend dat het gehele Friese Meren project wordt uitgevoerd.
Ontwikkelingen in deze sector bieden gouden mogelijkheden, mits de ‘kip met de gouden eieren’ - natuur en landschap - niet wordt geslacht. Hoewel deze zaken vooral thuishoren bij het particulier initiatief, kan de provincie daarin stimuleren en faciliteren.