
Planologisch gezien zijn veel dorpen de afgelopen decennia verpest door er simpelweg een wijk (of meerdere) aan vast te plakken. Om deze ‘witte schimmel’ te voorkomen wil GrienLinks sterker inzetten op het bouwen binnen stads- en dorpsgrenzen. Op plaatsen waar dat kan, mag de lintbebouwing worden opgevuld. In stedelijke gemeentes zal ook meer moeten worden gekeken naar hoogbouw.
Leegstaande kantoren, fabrieksgebouwen en vrijkomende boerderijen kunnen uitstekend worden omgebouwd tot wooneenheden maar ook tot broedplaatsen op cultureel gebied. Deze nieuwe wooneenheden vormen daarmee een belangrijke economische drager voor het behoud en hergebruik van cultuurhistorisch waardevolle panden.
Voor zover uitbreiding van dorpen en steden aan de orde is, is het belangrijk dat dorpen zoveel mogelijk hun eigen karakter behouden. Daarom is het essentieel dat uitbreiding organisch plaatsvindt: kleinschalige, overzichtelijke projecten, waarbij streekeigen woningtypes worden gerealiseerd. Geen eentonige woonwijken met ‘cataloguswoningen’.
Provinciaal beleid is nodig om verdere verrommeling van stad en platteland tegen te gaan en ervoor te zorgen dat de wensen van de gemeenten op elkaar afgestemd worden, zodat Fryslân mooi blijft. Dat is immers één van de belangrijke redenen om hier te willen (blijven) wonen. Naast goede afspraken over de ontwikkeling van de woonvoorraad, dient de provincie toe te zien op de beeldkwaliteit van woningbouwprojecten van middelgrote omvang (vanaf 20 woningen). Deze rol wordt wat GrienLinks betreft expliciet vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening.